Blijf op de hoogte van nieuwtjes, en nog veel meer wat met speedriding of paragliding te maken heeft




Onze training is volgens het lesplan van de Deutsch-Österreichischen Speedflying-Verband opgebouwd. Dit lesplan kent vijf niveaus waarop je het speedriding kunt beoefenen.

Niveau I – kennismaken op een oefenhelling
Op dit niveau leer je kennismaken met het speedriding. Je maakt je vertrouwd met het materiaal en hoe je het aantrekt. Je oefent met het scherm leert hoe het scherm reageert op jouw handelingen. En je maakt de eerste runs met je skis onder je en het scherm boven je op een vlakke piste. Aan het einde van dit niveau kun je een slalom naar beneden skiën met het scherm boven je. Misschien kom je ook al even los!

Niveau II – intensieve techniekoefeningen
Je maakt langere runs met bochten en maakt je eerste korte vluchten van circa 10 tot 15 meter hoogte boven de sneeuw. Uiteraard heb je hier een hindernisvrije ruimte voor nodig met een groot terrein om te landen.

Niveau III – speedriding - de hoogtevluchten
De overgang van niveau 1 naar niveau 2 verloopt vloeiend en vallen beiden onder de beginnerfase. Met de oefeningen die horen bij niveau 3 kom je op het gevorderdenniveau van de opleiding aan. In deze fase leer je het precieze instellen van je vliegsnelheid en je glijhoek. Op deze wijze kun je steeds grotere hoogtes bereiken. Tevens leer je het rollen en het knikken, zoals je vanuit het schermvliegen wellicht al kent. De reactie van een speedridingscherm is beduidend anders dan een gewoon paraglidingscherm en zul je dus heel gedoseerd moeten beoefenen.

Niveau IV - speedriding voor gevorderden
Met de inmiddels verworven kennis en vaardigheden van de start- en landings-techniek van het speedriding kan je door dynamisch sturen weer terug naar de helling vliegen. Het doel hierbij is combinaties van grond- en vluchtmomenten te maken. Theoretisch zul je meer te horen krijgen over het inschatten van het weer, de wind, de soorten hellingen en het lawinegevaar.

Niveau V – alpines speedriding
Zelfstandig speedriding in het winterse hooggebergte beoefenen stelt hoge eisen aan de beoefenaar. De kunst is om het weer goed in te schatten, zowel op de algemene meteo als op microniveau. Ook is kennis van lawinegevaren en kennis van het alpinisme onontbeerlijk! Pas diegenen die dit zelfstandig kunnen inschatten, kunnen op dit niveau het speedriding zelfstandig beoefenen.